Nu wordt er ook voor mij gelopen… deel 12

13 januari 2016

Gisteren heb ik te horen gekregen dat ik me om 7.00 uur moet melden in het ziekenhuis. Erg vroeg, maar ik hoef dan ook niet te lang in spanning te zitten. Ik vind het erg vervelend voor mijn zoon. Hij moet dan alleen ontbijten en naar school zonder dat ik hem, in deze situatie, kan uitzwaaien. Hij geeft aan: dat maakt niet uit, dat doe ik wel vaker. Maar toch……

We ontbijten samen en dan moet ik afscheid nemen van mijn zoon. Hij realiseert zich ineens dat als hij me weer ziet, dat dan mijn borsten geamputeerd zijn.  Hij huilt en ik ben in staat hem te troosten. Hij wil gewoon naar school en wij geven aan dat als het niet lukt, hij naar huis mag komen.

In het ziekenhuis aangekomen word ik meteen verwezen naar de afdeling. Ik krijg een eenpersoonskamer op de “kortverblijf” afdeling. Met dit soort operaties doen we dat altijd, geeft de verpleegkundige aan. Daar ben ik blij mee. Ik weet niet hoe ik als de operatie daadwerkelijk is geweest zal reageren. Hoe ik er emotioneel aan toe zal zijn. Fijn om dan een kamer alleen te hebben.

Er volgt een intakegesprek. Ik krijg de benodigde medicatie en dan wordt er verteld dat ik mijn trouwring af moet doen. Dit maakt dat ik in huilen uitbarst. Ik had deze tijdens onze trouwdag om gedaan en de afgelopen 22,5 jaar niet meer afgedaan. Nu moest het ineens. Mijn man troost me en doet meteen mijn ring om zijn ketting. Wat vreemd dat ik me rustig voel over de operatie en om de ring moet huilen. Is dit mogelijk onbewust toch de druppel??

Tegen negenen mag ik richting voorbereiding voor de operatie. Ik krijg een epiduraal  katheter tegen de pijn. Deze gaat er niet goed in. Nou, daar word ik pas zenuwachtig van. Als ze maar niet verkeerd zitten dat ik nog verlamd raak of zo. Ik hoor ze zeggen: “Hoe kan dat nou, dat is anders nooit.” Brrrr…. De chirurg komt langs om te vragen hoe het met me is, maar laat me ter controle ook zelf vertellen wat er moet gaan gebeuren. Op de operatiekamer word ik op het OK-bed getild en dan praat de chirurg nog even tegen me. Ik geef aan dat ze er haar best op moet doen en er iets moois van moet maken. Ik voel me ontspannen, maar dat zal wel komen door de medicatie.

Op de verkoeverkamer kom ik bij en heb ik dorst. Ik vraag om water en krijg dat ook meteen. Ik drink dit meteen op. Dat had ik beter niet kunnen doen bleek later.  Ik kijk, nog redelijk suf, meteen onder mijn operatiehemd en zie alleen een paar hechtpleisters. Ik vind het niet confronterend. Heb ik die voorbereiding dan zo goed gedaan dat ik er nu zo naar kan kijken. De verpleegkundige komt mij halen en zij vertelt me later ook dat zij had gezien dat ik meteen onder mijn operatiehemd keek.

Ik heb een infuus, twee drains en een epiduraal  katheter. Ik heb gelukkig geen pijn, maar kan me door alle slangen moeilijk bewegen in bed. Ik ben blij dat ik weer een eigen nachthemd aan kan en dat het operatiehemd uit mag. Dat voelt al anders. Ik geef aan dat ik zelf mijn man wil bellen. Hij was gelukkig ook al gebeld door de chirurg. Zij had aangegeven dat de operatie goed was verlopen, dat ik ontspannen de narcose in was gegaan en dat ze de tumoren en/of de resten daarvan ook allemaal weg hadden kunnen halen. Mijn man en zoon komen meteen en ik ben blij hen te zien.  Mijn zoon had zichzelf ziek gemeld op school. Hij appte dat hij zich niet kon concentreren en er steeds aan moest denken en toch liever thuis/bij mij was.

Ik bel mijn ouders en mijn moeder is verrast dat ze mij al zelf aan de telefoon krijgt. Het gaat naar omstandigheden ook goed.

Later, aan het eind van de middag, word ik erg ziek van de narcose en kan ik niets binnenhouden. Ik moet regelmatig overgeven en ik kan niet plassen. Ik voel me niet prettig, maar ben ook nog moe. Ik slaap na het eten, als een roosje. Mijn man en zoon komen ’s avonds weer op bezoek. Mijn zoon is gelukkig meer aan de situatie gewend en heeft veel aandacht voor vooral zijn mobiel. Dat hoort ook zo bij een puber.

Ik heb gelukkig geen pijn door de epidurale pijnbestrijding en ik kan goed slapen. In de nacht word ik wakker en ik merk dat mijn rechterarm niet omhoog wil. Ik schrik me dood. Is er dan toch iets niet goed gegaan met het plaatsen van die epidurale katheter. Ik wil bellen en vragen wat dit kan zijn. Ik kan niet bij de bel, want die hangt aan de rechterkant van me. Links heb ik het infuus. Wat voel ik me ellendig. Ik heb hulp nodig en kan niemand bereiken. Ik raak bijna in paniek. Beetje voor beetje weet ik op te schuiven en kan toch met mijn linkerarm bij de bel. Gelukkig komt de verpleegkundige snel en zij geeft aan dat de pijnbestrijding dan te hoog is ingesteld. Ze gaat bellen naar de dienstdoende anesthesist en deze geeft aan dat de pijnbestrijding naar beneden bijgesteld moet worden en pas weer omhoog mag als ik zelfstandig met mijn rechterhand weer een kopje water op kan tillen. Pfff gelukkig, geen prettig idee , maar het komt weer goed.

Tot overmaat van ramp kan ik nog steeds niet plassen en geeft de verpleegkundige aan dat ik me daar ook beroerd van kan voelen. Ze haalt een bladderscan en meet daarmee de hoeveelheid urine in mijn blaas. Die is overvol en ze overweegt een katheter. Ik geef aan dat ik dat wel wil als ik me daardoor beter ga voelen. Zo gezegd, zo gedaan.

 

14 januari 2016

Ik bel al vroeg in de ochtend naar huis en vind het fijn dat het goed gaat met mijn man en zoon. Ik vertel over hetgeen in de nacht is gebeurd en dat het gevoel in mijn rechterarm weer bijna terug is. Zij gaan gewoon naar werk en school en we spreken af dat mijn man om elf uur komt. Ik wil graag dat hij er bij is als het zogenaamde confrontatiemoment er is onder begeleiding van een verpleegkundige en dan worden ook  de tijdelijke protheses gepast.

Het confrontatiemoment valt mee; ben ik nog wat verdwaasd door de medicatie of heeft al het voorwerk met de psycholoog zijn vruchten afgeworpen? Wat het is, is op dit moment niet duidelijk. De tumorresten zijn allemaal verwijderd, daar was het om te doen.  Ik heb het gevoel dat  “HET KWAAD” eraf is en dat voelt goed.

Die middag komen mijn ouders en mijn zus op bezoek. Ik slaap nog veel en het eten blijft er nu ook in. Gelukkig maar, ik kan dan ook weer aansterken. De psycholoog komt ook nog langs en na een kort gesprekje spreken we af dat er geen vervolgafspraken meer nodig zijn. Als ik wil, mag ik altijd nog bellen als ik er behoefte aan heb.

Die avond komen mijn man en zoon nog op bezoek. Ik heb een goede nachtrust en hoop de volgende ochtend naar huis te kunnen.  Ik mag een aantal uren na het verwijderen van de epidurale katheter naar huis. Dat zou dan vrijdagochtend rond de middag zijn. De arts moet nog goedkeuring geven of ik met twee drains naar huis mag.

 

15 januari 2016

Er staan drie arts-assistenten om mijn bed, samen met de verpleegkundige. Katheter mag eruit, infuus en epiduraal katheter ook. Nou denk ik, dan kan ik ook naar huis. Ik geef dat aan en ze vinden het oké. Nadat alle toeters en bellen eraf zijn kan ik me wassen en komt mijn zus op de koffie. Ik loop samen met haar weer een stukje op de gang en we drinken ergens een kop thee. Ik voel me niet duizelig of zo. Om 13.00 uur komt mijn man mij halen en helpen mijn zus en man me met inpakken en aankleden. Dat is nog wel even een gedoetje met een drain aan weerskanten. Ze zijn mooi verstopt in een plastic zak!

Nog enkele instructies voor thuis…..

Heerlijk naar huis, mijn eigen omgeving en mijn eigen bed.

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial